Vorige pagina | Print

Handhavingsinformatie sociale diensten achterhaald

14/11/2011,

Delen |

Door Ton Monasso

Ruim tweehonderd sociale diensten in Nederland zijn bezig met het verzamelen van informatie om de rechtmatigheid van bijstandsuitkeringen te controleren. Dat doen ze vaak via tussenpartijen, maar de antwoorden die ze krijgen zijn fragmentarisch, niet actueel of vereisen nog veel handwerk. De sociale diensten hebben behoefte aan een Handhavingsinformatiedienst, die de zorg voor bulkinformatievergaring wegneemt en alleen ‘piept’ als er iets aan de hand is met een van hun klanten.

Handhaven is een beetje oorlog voeren. Met enig recht kun je de strijd van de overheid tegen burgers die misbruik maken van sociale voorzieningen beschouwen als een gerechtvaardigd gevecht ter instandhouding van draagvlak en betaalbaarheid. We geven de overheid extra middelen om de strijd bewust ongelijk te maken, want we willen dat ‘de goeden’ in ons belang winnen.

De overheid benut de mogelijkheden voor fraudebestrijding onvoldoende...
De strijd is ongelijk. Niet ten gunste van het algemeen belang, maar in het voordeel van fraudeurs. Ondanks de informatiemonopolies die de staat heeft, slaagt zij er niet in om de uitvoering van controle en handhaving effectief te organiseren. De bevoegdheden zijn er grotendeels, maar het ontbreekt aan een slimme manier om ze in te zetten, op zo’n manier dat de privacy van de goedwillenden niet teveel in het geding is. Dat is vooral zichtbaar bij de gemeentelijke sociale diensten, die elk jaar zo’n 4 miljard euro aan bijstandsuitkeringen verstrekken.

...door gegevens niet of niet goed te gebruiken...
Als een burger bijstand aanvraagt, vindt er meestal een controle plaats door gegevens over inkomsten, vermogens en adressituatie op te vragen bij andere overheidsorganisaties. Via Suwinet is het makkelijk om bijvoorbeeld de actuele bestanden van de GBA, de SVB, UWV en de RDW te raadplegen. So far, so good. Als de uitkering eenmaal loopt, verslechtert de informatiepositie van de sociale dienst aanzienlijk. Eenmaal per kwartaal wordt het klantenbestand via het Inlichtingenbureau vergeleken met inkomens- en vermogensbestanden, die op dat moment vaak al achterhaald zijn en zich dus richten op controle achteraf. Ook is het mogelijk dat er een seintje wordt ontvangen van andere diensten die twijfelen aan de juistheid van een adres, of constateren dat een burger een voorziening heeft aangevraagd waar hij geen recht op heeft.

...terwijl die wel beschikbaar zijn en gebruikt mogen worden
Ondertussen kunnen er allerlei situaties zijn die maken dat iemand geen of minder recht op een bijstandsuitkering heeft. Die situaties leveren informatie op die al bij de overheid bekend is, maar die toch niet of niet op tijd bij de sociale dienst belanden. Als iemand (wit) gaat werken, meldt de werkgever dit aan UWV die het in de Polisadministratie opneemt. De gemeente komt er pas een kwartaal later achter - en inmiddels kan de baan al weer verlaten zijn, waarmee een oninbare vordering ontstaat op een bijstandscliënt die het geld inmiddels heeft uitgegeven. Als iemand een erfenis in contanten ontvangt, kan het meer dan een jaar duren voordat via de Belastingdienst de banksaldi van 31 december bekend zijn. Grote kans dat het geld inmiddels weg is.

Mocht iemand inmiddels geen klant meer zijn, maar wel vertrokken zijn met een vordering - al dan niet door verwijtbaar handelen - dan wordt de informatiepositie nog slechter. Mutaties in inkomsten of vermogen komen al helemaal niet meer binnen, tenzij de sociale dienst daar zelf relaties voor legt. Als iemand administratief van de radar verdwijnt en op ‘vertrokken onbekend waarheen’ gaat in de GBA, stoppen vaak alle informatielijnen.

Laat bulkcontroles over aan geautomatiseerde specialisten...
Er zijn gelukkig mogelijkheden om de informatiepositie van sociale diensten te verbeteren, en tegelijkertijd de zorg voor de organisatie ervan weg te nemen bij gemeenten. Dat kan alleen als erkend wordt dat het controleren van de rechtmatigheid van uitkeringen, of het verzamelen van informatie over debiteuren, specialistenwerk is. Specialistenwerk dat grotendeels geautomatiseerd kan worden, maar dat moeilijk professioneel te organiseren is op het niveau een enkele sociale dienst. Een ‘handhavingsinformatiedienst’ zou uitkomst kunnen bieden.

...die veel zorgen van sociale diensten wegnemen...
Stel je voor dat sociale diensten alleen nog maar klanten of debiteuren hoeven aan te melden via hun BSN en eventueel enkele aanvullende gegevens over de genomen uitkeringsbeslissing. De handhavingsinformatiedienst (hierna: HID) kent de wettelijke regeling waar zij inzitten en krijgt vervolgens de opdracht om alleen een seintje te geven als er gegevens beschikbaar zijn die relevant zijn voor de hoogte van de uitkering. Gaat de klant samenwonen? Piep. Zet de debiteur een auto op zijn naam? Piep. Gaat zoonlief werken en komt het gezinsinkomen daarmee boven de drempel uit? Piep. In alle andere gevallen gebeurt er niets.

...door alleen aan de bel te trekken als er iets aan de hand is
De HID voert drie taken uit. Eerst splitst zij de simpele vraag (‘zijn er aanwijzingen dat de uitkering onrechtmatig wordt verstrekt?’ of ‘zijn er relevante mutaties?’) in simpeler informatievragen die bij andere overheidsorganisaties kunnen worden uitgezet (bijvoorbeeld: ‘heeft persoon X met BSN Y een auto van meer dan 4500 euro op zijn naam staan?’). Die vraag kan langs allerlei kanalen worden beantwoord. Het maakt niet uit of er webservices, geautomatiseerde of handmatige bestandsvergelijkingen worden gebruikt... Als derde stap worden de gecombineerde antwoorden weer geïnterpreteerd en wordt een antwoord gegeven op de hoofdvraag.

Een sociale dienst hoeft niet veel meer te doen dan een abonnement te nemen op de HID-diensten. Als regelingen wijzigen, technieken veranderen of nieuwe informatiebronnen beschikbaar komen, kan de HID dat in een klap oppakken voor alle aangesloten gemeenten.

De dienst lijkt een beetje op een combinatie van wat het Inlichtingenbureau, BKWI en Rinis nu doen. Toch is het niet hetzelfde. Essentieel is dat de informatiepartners van sociale diensten de zorg voor de informationele controles overnemen, en niet alleen maar deelantwoorden geven. Een sociale dienst wil geen zaken doen langs allerlei verschillende kanalen, om erachter te komen dat essentiële bronnen blijven liggen of de actualiteit van de gegevens niet op orde is. En eigenlijk wil je als gemeente ook niet allerlei gegevens van burgers ontvangen waar je niets mee doet. De grote hoeveelheden die instrumenten als Suwinet toegankelijk maken, zorgen ook weer voor beveiligings- en privacysores. Het is veel makkelijker om op een ‘need to know’-basis informatie te ontvangen. Voor de kenners: het ‘Kruispuntbank’-achtige model van de HID is een van de antwoorden op de iOverheid.

Begin klein
Hoe kan de HID beginnen? Heel simpel. Sociale diensten moeten erom vragen - want de gebruiker moet bepalen aan welke informatie behoefte is. Vervolgens zouden bestaande partijen als BKWI en het Inlichtingenbureau de dienst moeten aanbieden, het liefst in samenwerking. De financiering kan van twee kanten komen. Gemeenten besparen op hun eigen informatieverwerking en mogen dus best betalen voor de ‘abonnementen’. Ook vanuit het Handhavingsprogramma van SZW zou er een (start)subsidie kunnen komen, omdat een hogere pakkans ook uitstralingseffecten heeft naar andere gemeenten en regelingen.

Het is tijd dat de informatiestrijd met sommige burgers op nieuwe leest wordt geschoeid. Met de spullenboel van de vorige oorlog redden we het niet...

Ton Monasso is senior adviseur en onderzoeker bij Zenc (onderdeel van HEC) en houdt zich voornamelijk bezig met gegevenskwaliteit in de publieke sector.

Reacties

Er is nog niet gereageerd.

Reageer

Door een reactie te plaatsen stemt u in met onze voorwaarden voor het plaatsen van reacties.
Ga naar het blogoverzicht


Volg @PBLQ op Twitter!