
9 mei is een symbolische dag voor Europa. In 1950 legde Robert Schuman, de toenmalige Franse minister van Buitenlandse Zaken, in een gedenkwaardige speech de grondslag voor de huidige Europese Unie. Samen met de Duitse Bondskanselier Konrad Adenauer en geïnspireerd door zijn adviseur Jean Monnet, stelde hij voor om voortaan samen de voorraden kolen en staal te gaan beheren in het tijdens de Tweede Wereld Oorlog zwaar bevochten grensgebied. En zo geschiedde: in 1951 ontstond de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en nog eens vijf jaar later werd in Rome een Verdrag getekend voor de start van de Europese Economische Gemeenschap.
Zestig jaar later is deze samenwerking uitgegroeid tot een verbond van 27 lidstaten (and counting) en bestrijkt zij maar liefst 32 beleidsterreinen. Van cultuur tot politiegegevens, je kunt het zo gek niet bedenken of Europa heeft er wel iets over te zeggen. Europese samenwerking is onlosmakelijk verbonden met ons dagelijks leven. Griekse Feta is in de supermarkt net zo gewoon geworden als Goudse kaas en op vakantie betalen we in 16 Europese landen gewoon met de euro. Allemaal dankzij Europese wet- en regelgeving. Toch zijn er maar weinig Nederlanders die op 9 mei de Europese vlag uitsteken.
Verwonderlijk is dat niet. De huidige Nederlandse politieke context nodigt niet om de loftrompet te steken over Europa. De EU staat voor veel mensen gelijk aan bureaucratie, ongewenste migratie en zakkenvullerij. Daarnaast interesseert Europa de meeste Nederlanders gewoon niet. Niet voor niets bleek in 2009 het merendeel van de mensen direct weg te zappen wanneer er op tv over de Europese verkiezingen werd bericht. De uitdaging voor de Europese Unie ligt er dan ook vooral in om een draagvlak en erkenning voor het gemaakte beleid te krijgen van de Europese burgers.
De huidige Europese hoofdrolspelers heten niet meer Schuman, Monnet en Adenauer, maar Sarkozy, Merkel, Barroso en Van Rompuy. Zij nemen, samen met onder andere onze eigen premier Rutte, de belangrijke beslissingen voor de EU en vormen het gezicht in de media en naar de buitenwereld. Soms gaat dat met grote stappen vooruit – zoals bij de recente afspraken over het Europact – soms blijkt het heel moeilijk om een gezamenlijk Europees standpunt te vinden, zoals over de omwentelingen in de Arabische wereld.
Zelden hoor je hen echter over de kleine, maar heel concrete, stappen die dagelijks gezet worden in de richting van een gezamenlijk Europa. Het Europese e-overheidsbeleid bijvoorbeeld, dat grensoverschrijdende elektronische dienstverlening mogelijk moet maken, krijgt steeds meer vorm via grootschalige proefprojecten. Of de ontwikkelingen op het terrein van justitie en politie, die via informatie-uitwisseling en samenwerking het mogelijk maken in Europees verband criminaliteit aan te pakken; in een tijd waarin ook voor boeven de grenzen zijn weggevallen is dat van wezenlijk belang.
Juist deze kant van Europese samenwerking is van wezenlijk belang voor een effectieve en relevante publieke sector in Nederland en de rest van de EU. En via concrete resultaten bereik je ook de harten van de Europese burgers. Laten we daarom 9 mei nu eens niet de dag maken van de grote symboliek, maar juist van de kleine tastbare stapjes die Europa zo bijzonder maken.

