
Met ROI International kom je nog eens ergens. Sinds het begin dit jaar zijn we als mandated body voor BZK een EU Twinning "Support to the Agency for Co-ordination of Development and European Integration (ACDEI)" aan het uitvoeren. Eens in de drie maanden zit ik de stuurgroep voor. Maar dit keer kwam ik nergens, het vliegtuig naar Pristina vloog niet, een vulkaan op Ysland was actief geworden, de Eyjafjallajökull.
Door het stof uit een vulkaan kon ik niet weg, Dat was een mooi moment om in de vrijgevallen uurtjes eindelijk eens “Dust of Empire, The race for Supremacy in the Asian Heartland” van Karl Meyer te lezen. Het gaat over het moeizame ontstaan van nieuwe staten en bestuurselites na de ondergang van de wereldrijken van de Ottomanen, Tsaren en Britten, en sinds kort Amerikanen. Ik realiseerde me al snel dat een groot gedeelte van de landen waar ROI International actief is tot deze categorie behoort: Georgië, Kazakstan, Oekraïne; Azerbadijan (allen ex-Soviet Unie en Tsarenrijk), Jemen en Kossovo (Ottomanen). Onze projecten in die landen gaan over wat in ontwikkelingsjargon heet “capaciteitsopbouw”en “institutionele versterking.” In gewoon Nederlands: de bestuurselite opleiden om overheidsinstanties te laten functioneren.
Ik zie veel van wat Meyer schrijft terug in onze projecten, dat bestuurselites van deze landen verdeeld zijn in clans of politieke partijen met lange, bloederige, geschiedenissen waar wij meestal geen enkel benul van hebben. Hoe jonger en dramatischer de recente geschiedenis van het land in kwestie, hoe meer het nog bezig is om zich zelf een plaats in de geschiedenis te verwerven. Kossovo is zo’n staat en ook een mooi voorbeeld. Zo hoorde ik bij een van mijn eerste missies in 2005 dat Moeder Teresa Kossovaars is (in Skopje denken ze dat ze Macedoons is) dat verschillende Romeinse keizers Kossovaar waren, dat de Ottomaanse sultans uit Kossovo kwamen. En natuurlijk hoorde ik over de nationale held Skanderbeg, maar dat is eigenlijk weer een Albanees volgens andere deskundigen. Dat alles wel enige mate van historische waarheid bevat staat buiten kijf, de voorbeelden tonen ook hoe men in alle hevigheid een nationale identiteit en mythes creëert, om zo een gevoel van gemeenschap te krijgen en dé ander juist (in dit geval de Serven) te definiëren als héél anders.
Tegelijkertijd proberen de bestuurselites in de landen waar wij opereren vaak door snelle moderniseringskampanjes hun land en zich zelf economische welvaart te bezorgen. En dat is waar ze het meeste risico lopen om in het verkeerde verhaal te belanden. Meyer geeft een aantal prachtige analyses over hoe westers georiënteerde elites gedesoriënteerd raken en klem komen te zitten tussen enerzijds scholing in de systemen van de vroegere kolonisator en anderzijds loyaliteit aan locale tradities, die haaks staan op de positivistische management opvattingen van het moderne bestuur zoals transparantie, good governance en vooral integriteit. Resultante is dat de legitimiteit van deze elites laag is, waardoor ze door de bevolking steeds meer worden gezien als zetbazen van Het Westen, en vaak na een bloedige coup het veld moeten ruimen.
In zijn boek maakt Meyer duidelijk dat interventies door grootmachten in processen rond dekolonisatie en het verwerkelijken van onafhankelijkheid veelal realisme en verantwoordelijkheid ontberen. In plaats van te zoeken naar de snelle oplossingen, wijst hij op het belang van echte diepe lokale kennis en langdurige commitment. Zo vermijden we dat we elke keer weer met een langlopende–onoplosbare conflicten geconfronteerd worden, waar door de internationale gemeenschap uiteindelijk meer geld en levens kwijt is.
Kossovo staat midden in de opbouw van bestuur en natievorming. En duidelijk is dat het nauwelijks enige historische legacies heeft om op terug te vallen. Ottomanen zijn al meer dan een eeuw weg en de Servische erfenis is geen voorbeeld om op verder te borduren. De VN heeft zich grotendeels terug getrokken, en nu is de EU in feite in de rol van de vroegere wereldrijken in de postkoloniale fase terecht gekomen. De EU wil wel invloed willen kunnen uitoefenen maar Kossovo onder protectoraat te plaatsen is geen optie.
In ons project zijn wij bezig om het bestuursapparaat op te zetten en dat gaat met héle kleine stappen. Maar juist omdat we in dit project nauw samenwerken met zowel de EU en de vertegenwoordigers van de nieuwe bestuurselite werken, kunnen we beiden wijzen op de onmogelijkheden om al te ambitieuze project doelen te verwezenlijken. Het project lijkt ( ik hou mijn vingers crossed) mede daarom goed te gaan. Een voorbeeld van kleine stappen is het uitdragen van waarden en normen en het aanspreken op kwaliteit van het geleverde, dus ook vasthouden aan de afgesproken outputs van couterparts aan EU en locale zijde. Maar daar hoort wat mij betreft ook dat wij inzien in welke ingewikkelde krachtenvelden de lokale bestuurders opereren en begrijpen dat het soms hééél erg langzaam gaat.
Dit project draagt er wellicht toe bij dat Kossovo over een aantal jaren toe kan treden tot de EU, uiteindelijk wordt Kossovo dan weliswaar weer lid van een sajouz, maar de EU is wel een Unie met meer kans op democratie, transparantie, en welvaart. Stabiliteit op de Balkan komt dan een stapje dichterbij.
Marc van den Muijzenberg
Directeur ROI
Lid groepsraad HEC ROI

