
“Europa, best belangrijk”, las ik laatst op een sheet van Clingendael die ging over de Nederlandse beeldvorming over de EU. Tegelijkertijd werd mij uitgelegd hoe de invloed van Europa op ons nationaal beleid de laatste decennia is gegroeid. Ik kon niet anders concluderen dan dat de uitspraak op de sheet blijk gaf van een lichte onderschatting van de feiten.
Een gevoel van onderschatting bekruipt mij ook wanneer ik kijk naar de impact van Europa op de e-overheid. De EU onderneemt steeds vaker acties, met vergaande gevolgen voor de processen en systemen van onze nationale overheidsorganisaties. Een aantal actuele cases ter illustratie:
- De dienstenrichtlijn. Deze richtlijn schrijft voor dat iedere lidstaat een digitaal één-loket voor buitenlandse ondernemers heeft ingericht per 28 december 2009. Vooral voor organisaties als de gemeenten, kamers van koophandel, belastingdienst e.d. betekent dit een forse ingreep.
- Inspire, oftewel Infrastructure for Spatial Information in Europe. Deze richtlijn beoogt een harmonisatie van de geo-informatie binnen Europa. Belangrijk voor geo-leveranciers als het kadaster, Rijkswaterstaat, provincies en gemeenten. eCustoms. Binnen Europa worden alle douaneprocedures geharmoniseerd, met het oog op eenvoud, betere controle en administratieve lastenverlichting. Een mega-operatie, met gevolgen voor overheid en bedrijfsleven.
- eID. De Europese Commissie bereidt een grootschalige pilot voor tussen meer dan tien lidstaten om de interoperabiliteit van nationale systemen van elektronische identiteiten te gaan beproeven. De toekomst van Digid ligt besloten in de uitkomsten van deze pilot. Nederland doet mee aan deze pilot.
- eProcurement. De administratieve lasten verbonden aan processen van inkoop en aanbesteding bedragen op jaarbasis miljarden euro’s binnen Europa. Ook op dit terrein bereidt de Commissie grootschalige pilots voor. Nederland doet volgens de laatste informatie niet mee aan deze pilots.
- eBorder. Op pan-Europese schaal worden systemen voor grenscontroles ontwikkeld, zoals een nieuw Schengen Informatie Systeem (SIS), maar ook een systeem voor visumaanvragen (VIS) en asielzoekers (Eurodac). De ontwikkeling van deze systemen vergt honderden miljoenen euro’s. Nationale overheden moeten vervolgens deze systemen implementeren.
Deze cases maken duidelijk dat Europa steeds meer realiteit wordt voor de Nederlandse e-overheid. Het wordt daarom tijd Europa niet langer als buitenlands beleid te zien, maar als integraal onderdeel van onze nationale planning en uitvoering. Laten daarom beleidsmakers, programmamanagers en projectleiders van de e-overheid eens vaker een retourtje Brussel kopen. Dan komen ze er zelf wel achter: “Europa, best belangrijk!”
Reacties
Er is nog niet gereageerd.
Ga naar het blogoverzicht