Vorige pagina | Print

Europa, wat doe je ermee?

09/02/2012, Evert Jan Mulder

Delen |

De Europese Unie was de laatste maanden voorpaginanieuws. De financiële crisis heeft een aantal fundamentele weeffouten aan het licht gebracht in de governancestructuur van de Unie, en het is de vraag hoe (en tegen welke kosten) die fouten ze in de nabije toekomst gerepareerd zullen worden.  Ongewild heeft de EU hiermee bereikt wat met al haar marketing- en communicatiecampagnes de afgelopen decennia maar amper is gelukt: grote bekendheid bij het nationale publiek. Begrippen als Eurotop, stresstest en Merkozy kunnen straks zo de Dikke van Dale in.

Voor nationale overheidsambtenaren bestond Europa ook al vóór de crisis. De afgelopen decennia is de invloed van de EU op het nationale overheidsbeleid alleen maar toegenomen. Schattingen van deskundigen variëren, maar ergens tussen de 50% (Algemene Rekenkamer) en 80% (de Europese Commissie) van onze nationale wetgeving vindt zijn oorsprong in Brussel. Er is bijna geen beleidsterrein meer te bedenken, waar de EU niet van invloed is. Bovendien is Europa al lang niet meer alleen het monopolie van het ministerie van Buitenlandse Zaken en de EU-staf van de andere departementen. Europa is feitelijk binnenlands beleid geworden, en raakt beleidsmakers en uitvoerders in alle bestuurslagen.

Die groeiende betekenis van de EU voor de nationale beleidspraktijk is recent aanleiding geweest om eens onderzoek te doen naar de wijze waarop nationale ambtenaren Europa ervaren in hun dagelijkse praktijk. Dit onderzoek is uitgevoerd (en gepubliceerd onder de titel “Europa, wat doe je ermee?”) door de Europa Unit HECROI en het blad PM Public Mission en kende circa 400 respondenten, met name afkomstig van de rijksoverheid en de gemeenten.  De hoofdconclusie van het onderzoek is dat er een onbalans is tussen enerzijds het belang dat de EU heeft voor het doen en laten van nationale ambtenaren, anderzijds de aandacht die daar strategisch door de organisaties aan wordt verbonden. Een paar uitkomsten ter illustratie:

84% van de respondenten zegt dat de EU hun werk raakt;
57% zegt voldoende kennis te hebben van de EU;
6% geeft aan dat hun organisatie optimaal presteer op EU-dossiers.

Wat te doen met dergelijke uitkomsten? In de eerste plaats zullen ambtenaren zelf gedegen onderlegd moeten zijn in EU-kennis. Onderwerpen als de instituties, de besluitvormingsprocedures, de juridische instrumenten, de doelen op de verschillende beleidsdomeinen, het zal allemaal bekende kost moeten worden voor de gemiddelde beleidsambtenaar. In de professionalisering van ambtenaren is op dit punt aandacht noodzakelijk.

In de tweede plaats zullen organisaties een EU-strategie moeten ontwikkelen. Daarbij draait het om vragen als: Hoe ervoor te zorgen dat het eigen beleid EU-proof is? Hoe wordt EU-kennis georganiseerd? Hoe wordt input op de verschillende EU-dossiers afgestemd etc.? Bestuur en management van overheden zal zich daarom intensiever met de EU moeten bezighouden.

De tijd dat Europa een ver-van-me-bed-show was, lijkt echt voorbij.

Reacties

Er is nog niet gereageerd.

Reageer

Door een reactie te plaatsen stemt u in met onze voorwaarden voor het plaatsen van reacties.
Ga naar het blogoverzicht


Volg @PBLQ op Twitter!