
De verbouwing van mijn huis is eindelijk afgerond. Mijn huis midden in Amsterdam is een rijksmonument waarvan eigenlijk alleen het trappenhuis is blijven staan. De verbouwing heeft -omdat het een monument is- ruim twee jaar geduurd en het resultaat is boven verwachting. In die periode van twee jaar is er eigenlijk maar eenmaal sprake geweest van een grote planningsfout: Er stond een steiger voor ons huis terwijl de keuken naar binnen moest. Dat ging niet samen. Het resultaat was dat de steiger moest worden afgebroken, vervolgens de nieuwe keuken naar binnen en de volgende dag werd de steiger van 5 verdiepingen weer opgebouwd. Verder was het een vlekkeloos geprogrammeerd programma: De nieuwe dakpannen kwamen geen dag te vroeg, de stukadoor precies op het juiste moment en bij de oplevering bleek alles opgeleverd volgens het van te voren opgestelde bestek. Petje af.
Problemen met ICT projecten in de publieke sector component horen zo langzamerhand bij het dagelijks leven. Verleden week was mijn naamgenoot Cees de Jager en de Belastingdienst aan de beurt. Afgelopen weekend keek ik het rapport “Lessen uit ICT-projecten bij de overheid” van de Algemene Rekenkamer van eind 2007 nog eens in. Een zeer lezenswaardig rapport waarin de Rekenkamer concludeert dat “De belangrijkste oorzaak voor het (deels) mislukken van ICT-projecten die uit ons onderzoek naar voren komt is dat ICT-projecten van de overheid vaak te ambitieus en te complex worden door de combinatie van politieke, organisatorische en technische factoren. Bij deze te complexe projecten is er geen balans tussen ambitie, beschikbare mensen, middelen en tijd”.
Vervolgens komt de Rekenkamer met de volgende aanbevelingen:
“Wees realistisch in uw ambitie en zorg ervoor dat u grip heeft op uw ICT-projecten en dat beslissingen worden genomen op basis van goed onderbouwde plannen en projecten beoordeeld worden binnen het gehele projectportfolio.” Vervolgens “ Plannen waarin ambitie aantoonbaar in overeenstemming is met mensen, middelen en tijd. Eventueel kan een objectieve tweede mening van een onafhankelijk adviesbureau of van andere deskundigen in een peer review (een beoordeling van collega's door collega's) over de plannen uitwijzen of deze daadwerkelijk haalbaar zijn”.
Het rapport is op 29 november 2007 naar de Tweede Kamer gestuurd en minister Ter Horst maakt tempo met het opvolgen van deze aanbevelingen met als resultaat een brief aan de Tweede Kamer eind februari waarin zij o.a. aangeeft te denken in oplossingen zoals een ICT-haalbaarheidstoets en second opinions door onafhankelijke derden.
Sinds die 29e november 2007 is er al weer veel gebeurd waarbij de OV chip perikelen en de belasting dienst de meeste aandacht hebben getrokken want er is veel geld mee gemoeid. Echter: Het gaat niet alleen om geld. De maatschappelijke gevolgen en de toenemende ontevredenheid bij de burger vormen een veel groter gevaar. Er zijn tenslotte 730.000 belasting formulieren kwijt en daar maak je geen vrienden mee.
Natuurlijk zal er aandacht zijn voor hoe dit heeft kunnen gebeuren. Ik hoop dat er minstens even veel aandacht zal kunnen worden geschonken aan de vraag ‘hoe we ervoor kunnen zorgen we dat dit niet meer mogelijk zal zijn’. Als je alle problemen in de ICT sector vergelijkt met die in bijvoorbeeld de bouwsector, dan valt op dat bij projecten in de bouw er een zeer degelijk bestek wordt getekend vooraf en er strenge controles plaatsvinden tijdens de bouw. In feite zou de publieke sector de ICT projecten vooraf en tijdens implementatie regelmatig moeten voorleggen aan een onafhankelijk instituut. Kortom: er is behoefte aan een onafhankelijk instituut. Het goede nieuws is dat zo’n instituut al bestaat. HEC is 20 jaar geleden in het leven geroepen.