
Bij de oversteek naar het eiland Chiloe drommen alle passagiers samen aan de reling. We laten de kade langzaam achter ons en zien hoe de zeerobben door de golven schieten. Iedereen neemt foto’s, van elkaar, de zee, de boot en de kust, die in de nevels oplost. Een stelletje heeft alleen oog voor elkaar en stevig omstrengeld zetten ze zichzelf op de foto. De jongen houdt de camera omhoog, drukt af en ze buigen zich lachend over het resultaat. Zonder fototoestel zouden we vergeten wat onze mooiste herinneringen zijn. Een giechelende puber gebaart dat de hele familie gekiekt wil worden. Vader, moeder, twee meisjes schuiven de gezichten naar elkaar toe en bedanken me uitbundig als ik het fototoestel teruggeef. Een mollig meisje staat verloren in het gangpad. Ze is acht hooguit tien jaar oud, zwarte donshaartjes schemeren boven haar lippen, je ziet al een glimp van de latere matrone. Stevig en met een prompte boezem. Om de vijf stappen heft ze een kleine roze camera voor haar gezicht en neemt dan een foto van zichzelf. De pijp van de boot, het trapje naar de stuurhut, de reling met de zwemvesten naast reddingsboten, fungeren als achtergronddecor, maar het gaat om haar. Met een steels gebaar brengt ze het cameraatje omhoog. Wat niet bevalt, wordt gewist en dan poseert ze opnieuw. Zonder te glimlachen kijkt ze in de lens. Alleen op de wereld. Het speelkwartier is voorbij. Later zie ik haar samen met een vrouw, die druk telefonerend haar bij de hand houdt, naar de bus lopen. Samen en alleen.
De digitale wereld strekt zich tot de verste uithoeken van de wereld uit en reist met ons mee. Overal kan je online zijn en zonder iPad, HTC en MacBook ga ik ook niet meer op stap. In Patagonie check ik mijn mailberichten en lees ik in de digitale NRC dat de revolte in Libie is uitgebroken. Elke ochtend kijk ik even of er nog nieuws is van kantoor. Als ik van me laat horen, antwoorden mijn collega’s of ik wel geniet, want met het werk bezig zijn als je op reis bent in Chili, geeft te denken. Ben ik een workaholic? Volgens mij valt het wel mee, maar toch stuurde ik mijn laatste e-mail weg vanaf de luchthaven Schiphol.
Als ik de Amerikaanse socioloog Sherry Turkle moet geloven, hebben mobiele telefoons en internet ons leven definitief veranderd, maar het heeft ons minder toegevoegd dan we zouden willen. In haar nieuwe boek ‘Alone Together’ vertelt ze wat het effect is van onze onophoudelijke bereikbaarheid. We zonderen ons af om online te gaan, lopen mobiel bellend over straat en onze directe aandacht voor onze omgeving slinkt met de dag. Er is minder tijd voor dagelijkse contacten en we worden steeds onhandiger in het intermenselijke verkeer. Als het niet uitkomt zetten we onze gesprekspartners liever ‘in de wacht’, of beantwoorden de telefoon niet meer. E-mail heeft onze argumentatie steeds simpeler gemaakt en sinds Twitter hanteren we het liefste one-liners. Het is een somber makend betoog, want ooit koesterden we het idee dat internet onze wereld groter zou maken. We zouden onze blik verruimen, wereldburgers worden en er zou meer interactie zijn en meer keuzevrijheid. Het is volgens Sherry Turkle een illusie. Ze heeft honderden mensen geinterviewd en vertelt dat ouders juist minder tijd voor hun kinderen hebben. Ze sturen een tekstbericht vanuit de auto of lopen al telefonerend naar het volgende reisdoel. Opgesloten in zichzelf en net als dat kleine meisje en haar moeder, zijn ze ‘samen en alleen’ op weg. Het is geen bemoedigend vooruitzicht dat je met zoveel mogelijkheden onder handbereik, alleen maar voor jezelf zou kunnen kiezen, om te overleven in het digitale tijdperk.
Ga naar het blogoverzicht

