
Birma mei 2008: Een natuurramp van letterlijk ongekende ellende: een officieel dodental door de cycloon van tachtigduizend, ruim vijftigduizend mensen vermist, 2½ miljoen overlevenden die dringend hulp nodig hebben. Cijfers waarbij ik het gevoel voor verhoudingen verlies.
Opmerkelijk is dat er nauwelijks sprake is van actie bereidheid in Nederland. Dit staat lijnrecht tegenover de nasleep van de natuurramp die 2e kerstdag 2004 Zuidoost Azië teisterde.
In 2004 stortte Nederland vanachter de kerstdis massaal met een record bedrag van ruim 200 miljoen euro als resultaat. Vrijwel iedereen die in 2004 zijn financiële bijdrage stortte, meldde in één adem door dat hij/zij hoopte dat het geld goed besteed zou worden. De tsunami aan financiële middelen toonde daarmee tegelijkertijd aan dat de Nederlander wantrouwend is tegenover de hulporganisaties. Om de zoveel tijd verschijnen er in de pers artikelen waarin ontwikkelingshulp er slecht vanaf komt. Meestal gaat het over het gebrek aan effectiviteit, over programma’s van verschillende hulporganisaties die “elkaar in de weg zitten”, over hoe weinig doelmatig de fondsen worden besteed en over gelden die onderweg “verdampen”. Het ‘draagvlak’ voor ontwikkelingshulp is nog steeds groot maar begint af te kalven. Misschien is dat ook een reden voor het uitblijven van massale geldinzamelingsacties voor Birma (naast veel genoemde redenen zoals het politieke bewind).
Ontwikkelingssamenwerking is een zeer lastige sector. Ik heb er vele jaren met zeer veel plezier in gewerkt en heb zelf mogen ervaren hoe complex dit werk is. Die complexiteit neemt alleen maar toe en vraagt om professionalisering. Projecten dienen in samenhang te worden uitgevoerd en er dient een duidelijke koppeling te zijn naar het beleidsniveau. Dit vraagt om professionalisering op terreinen zoals programmamanagement.
Een andere manier waarop deze sector zich kan professionaliseren is de inzet van ICT in de uitvoering en de aansturing vanaf afstand. De huidige problematiek in de ontwikkelingshulp vraagt om een goede afstemming met andere partijen: Coherentie kan alleen gerealiseerd worden door een effectieve samenwerking. Niet alleen vanuit het idee dat '1 plus 1 drie kan zijn', maar ook voor het stimuleren van het eigen leervermogen. Veel initiatieven werken nu nog vaak in “splendid isolation” waarbij er geen zicht is op wat anderen doen.
Bij een ramp zoals in Birma is de eerste constatering dat veel werk -juist door de lastige omstandigheden- nauwe afstemming met andere organisaties noodzakelijk maakt. Dat is het moment waarop bij mij de ketengedachte opkomt: de hulporganisaties dienen in te zien dat ze slechts een schakel vormen in een groot, internationaal geheel en dat adequaat functioneren coördinatiemechanismen vergt, die alleen samen met de andere schakels kunnen worden vormgeven.
De ontwikkelingsorganisaties kunnen veel leren van de ervaringen met ketenprocessen in de Nederlandse publieke sector. Waar publieke sector organisaties traditioneel werden georganiseerd vanuit de wettelijke taakstelling, zie je een verschuiving naar een wijze van organiseren waarbij de te leveren diensten voor burgers en bedrijven centraal staan. Dit komt deels overeen met het “demand driven” paradigma in de ontwikkelingssamenwerking. HEC is een organisatie die veel expertise heeft opgebouwd in ketenprocessen en is vanwege zijn maatschappelijke betrokkenheid erg graag bereid om een bijdrage te leveren aan de professionalisering van de sector.