
De implementatie van grote ICT-projecten
ICT-projecten bij de overheid leiden steeds vaker tot implementatie van ICT-voorzieningen bij alle of grote delen van de overheid. Verschillende departementen, gemeenten, provincies, waterschappen, GGD-en. Wat maakt de implementatie van dergelijke ICT-voorzieningen nu zo ingewikkeld? Hieronder mijn visie op deze problematiek. In volgende bijdragen zal ik op onderdelen verder doorgaan.
Omgevingsloket online en Landelijke registratie Kinderopvang
Mijn (schaak)ervaring heb ik mogen opdoen bij de implementatie van Omgevingsloket online als onderdeel van de nieuwe Wet Algemene bepalingen Omgevingsrecht (Wabo) door het Ministerie van VROM (nu I&M) en de implementatie van het Landelijk register en gemeenschappelijke Inspectieruimtes Kinderopvang en Peuterspeelzalen als onderdeel van de wijziging in de Wet Kinderopvang door het Ministerie van OCW en nu SZW. Kern is dat de invoeringsproblematiek voortkomt uit een aantal factoren die ervoor zorgen dat je als programmamanager, maar ook als opdrachtgever, moet kunnen schaken op vier borden. De borden van de wet- en regelgeving, de ICT-ontwikkeling, de implementatie en het beheer.
Van wetgeving en ICT-ontwikkeling…
De belangrijkste aanleiding hiervoor ligt in het feit dat aan veel grote ICT-projecten een wetswijziging of nieuwe wetgeving ten grondslag ligt.
Nieuwe wetgeving leidt vandaag de dag, terecht, tot nadenken over de wijze waarop de uitvoering van de wet het best tot stand kan komen. Uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid en fraudebestendigheid zijn daarbij trefwoorden. Digitalisering van werkprocessen en het beschikbaar hebben van gegevens in de keten zijn een belangrijke randvoorwaarde om tot een goede uitvoerbaarheid, handhaafbaarheid en fraudebestendigheid te komen. Daarnaast leidt de inzet van ICT tot een transparantere overheid, minder administratieve lasten en betere dienstverlening. Andersom geredeneerd leidt de wens van de overheid om dienstverlening aan burgers en ondernemers te verbeteren vaak tot de constatering dat dit ook aanpassingen in de backoffice van de overheid (achter het loket) vereist. Goede dienstverlening vraagt uitwerking van het concept van één overheid. In de praktijk is de consequentie vaak dat de verdeling van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden binnen en tussen overheden anders moet. Dit vraagt om verandering van de regelgeving waarin deze zijn vastgelegd.
… naar implementatie en beheer
Opdrachtgevers en programma/projectleiders van ICT-projecten hebben bij het ontwikkelen van ICT-projecten en de implementatie daarvan in de uitvoering dus vaak te maken met veranderende regelgeving. Politieke doelstellingen vereisen een hoog tempo. De ontwikkeling van ICT-voorzieningen dienen al plaats te vinden tegelijk met de uitwerking en vaststelling van regelgeving. Dat is ook goed omdat hiermee in de regelgeving rekening gehouden kan worden met een goede uitvoering en andersom. Tegelijk wordt met de invoering van ICT-voorzieningen vaak gestart terwijl de ontwikkeling nog niet geheel is afgerond en het beheer nog niet geregeld is. Ook dit is goed omdat hiermee noodzakelijke uitvoeringspraktijk kan worden meegenomen in de ontwikkeling. Veelal wordt gewerkt met pilots bij enthousiaste of voorlopende overheden in de desbetreffende sector en/of op ICT-gebied.
Lenigheid gewenst
Het gevolg hiervan is dat opdrachtgevers en project/programmamanagers van ICT-projecten te maken hebben met consultatie en besluitvorming in een politiek-bestuurlijke, een ICT en een uitvoeringsarena. Het vraagt een grote lenigheid van betrokkenen om te schaken op vier borden (wetgeving, ICT-ontwikkeling, implementatie en beheer) met ieder hun eigen deelnemers, wetmatigheden en expertise. Een belangrijk struikelblok daarbij zijn taalverschillen tussen juristen, beleidsmakers, ICT-ers en uitvoerende ambtenaren. Mijn volgende bijdrage gaat daarom over het omgaan met taalverschillen.
Wordt vervolgd

