
01/05/2010, drs. R.A.M. Meijer
De komende jaren zal binnen de collectieve sector fors tot zeer fors worden bezuinigd. Om mij heen hoor ik daarom nogal eens de vraag: wat gaat dit betekenen voor de uitgaven betreffende ICT? Ik geef hier een beeld van mijn verwachtingen.
Maar eerst wat meer scherpte betreffende het begrip “uitgaven voor ICT”. Waar hebben we het precies over?
Velen denken daarbij het eerst aan hardware en software. Op zich niet onjuist maar niet het gebied waarde de meeste “ICT kosten” liggen. De meeste kosten zitten gewoon in mensen. In de dienstverlenende onderdelen van vele ministeries, uitvoeringsorganisaties en gemeenten waar duizenden mensen werken aan het beheer van bestaande systemen, bij helpdesks en bij de ontwikkeling en implementatie van nieuwe. Dat zijn overigens niet alleen ambtenaren maar ook externen, afkomstige van ICT bedrijven of kleine zelfstandigen.
Overigens zijn ook vele van deze taken uitbesteed. Private partijen voeren ze uit maar de lasten drukken wel op de overheidsbegroting en vormen dus ook “uitgaven voor ICT”.
Interessant punt is trouwens dat niemand weet hoe hoog al deze uitgaven zijn. Toen er in 2008 commotie was over de grote ICT projecten, constateerde de Algemene Rekenkamer dat binnen de rijksoverheid geen zicht bestaat op deze uitgaven. Vele uitgaven worden namelijk niet als zodanig geadministreerd en zijn verstopt in meer algemene begrotingsposten.
Dat geldt nog sterker voor de uitgavencategorie die we nog niet hebben genoemd: de personele kosten bij de gebruikers. Niet alleen de dienstverlenende ICT onderdelen veroorzaken personele kosten, ook de gebruikers spenderen hier steeds meer tijd aan. Zij verzorgen het functioneel beheer van systemen, stellen informatieplannen en programmaplannen op en verzorgen de opdrachtgeverrol voor de ontwikkeling van systemen. Het, ook financiële, belang van deze categorie stijgt sterk. Was vroeger de automatisering voor de meeste ambtenaren iets op afstand, heden ten dage zijn de meesten wel bij een of ander project begonnen. En dat kost tijd, en dus geld. Ook hier lopen overigens de nodige externen rond.
Nu wat duidelijker is waarover we het hebben, kunnen we bezien wat de toekomstige ontwikkelingen als gevolg van de bezuinigingen zou kunnen zijn. Ik volg daarbij de indeling in verschillende categorieën en begin bij hard- en software.
Mijn verwachting is dat de uitgaven daaraan zullen dalen. Hardware wordt steeds goedkoper en bij de software zien we een ontwikkeling van maatwerk naar standaardpakketten en bij standaardpakketten van leveranciergebonden pakketten naar open source, waarvoor geen licentiekosten zijn vereist. Dat alles leidt tot lagere uitgaven waardoor bezuinigingen deels kunnen worden opgevangen bij dezelfde functionaliteit.
Maar, nogmaals, daar zit de bulk van de kosten niet. Die zit met name bij de personele kosten van de dienstverlenende onderdelen, waaronder ook de uitbestede taken. In die kosten zal men dus willen snijden. Een vroeger vaak gekozen weg was dan het uitbesteden van taken die voorheen door de eigen organisatie werden gedaan. De gedachte daarbij was dat “de markt” het beter en goedkoper zou kunnen. Zowel het “beter” als het “goedkoper” bleek echter in de praktijk meestal tegen te vallen, met de nadruk op de tegenvallers bij het “goedkoper”.
Overigens bleek uit onderzoek dat het vaak wel goedkoper en beter werd als men eerst in eigen huis de zaakjes op orde bracht alvorens uit te besteden. Maar dat kost tijd (en geld!).
Ik verwacht dat deze trend tot uitbesteding van dit soort diensten zich toch de komende jaren zal voortzetten. Een belangrijke reden daarvoor zal ook de ingezette lijn van reductie van het aantal ambtenaren zijn. Er moeten minder ambtenaren komen en tegelijk minder inhuur, maar mensen werkend binnen uitbestede taken tellen niet mee! Maar de uitgaven blijven natuurlijk wel.
In termen van bezuinigingen zie ik hierin dus niet heel veel. Ik verwacht meer van een andere ontwikkeling: uniformering en standaardisatie. Op dit punt valt nog een wereld te winnen, ook financieel. Deels gaat het daarbij om technische zaken, zoals de huidige ontwikkeling van een standaard Rijkswerkplek. Kwantitatief is echter de uniformering van gegevens en de standaardisatie van werkprocessen veel belangrijker. Vrijwel elke grote organisatie beschikt nog over honderden applicaties, die deels hetzelfde doen maar wel allemaal moeten worden onderhouden. Elk organisatieonderdeel handhaaft het eigen systeem omdat zij zo uniek zijn. Maar alle vergunningen- of subsidiesystemen lijken toch veel meer op elkaar dan men vaak denkt! Ook de invoering van de basisregistraties zal, vooral de uitvoeringsorganisaties, veel helpen. Geen eigen systemen meer die moeten worden ontwikkeld en beheerd.
Daarmee komen we bij de laatste categorie: de gebruikers of “de business”, zoals dat tegenwoordig zo mooi heet. Daar gaat de komende jaren nog veel gebeuren. Bezuinigingswinst halen door automatisering van gestandaardiseerde en doelmatiger ingerichte processen zal veel aandacht en tijd gaan vragen. Meer doen met minder kan alleen langs deze weg, hoewel eenvoudiger en beperkter wet en regelgeving natuurlijk ook erg helpt. Wat betreft dat laatste: ook dan moeten weer systemen worden aangepast.
Binnen deze uitgavencategorie past nog een andere, sterk onderschatte, ontwikkeling: de vergrijzing. De komende jaren zal er steeds minder overheidspersoneel beschikbaar zijn, niet om politieke redenen maar omdat er onvoldoende jongeren zijn. De taken zullen echter niet zo sterk afnemen, zodat het werk alleen kan worden gedaan binnen, daar heb je ze weer, gestandaardiseerde en geautomatiseerde processen.
De komende jaren zal binnen deze uitgavencategorie dus veel tijd worden besteed aan het tot stand brengen van deze veranderingsprocessen.
Betekent dit nu stijgende ICT uitgaven? Ik dacht het niet. Er zijn wel stijgende uitgaven maar die kunnen we beter “informatiseringuitgaven” noemen of zelfs “modernisering”. Recent mocht ik in opdracht van de SG belast met de Vernieuwing Rijksdienst, alle door hem gesubsidieerde projecten onderzoeken. Dat bleken, haast zonder uitzondering, allemaal projecten te zijn met een hoog ICT/informatiseringsgehalte!
Samenvattend: wat is nu het antwoord op de vraag aan het begin van dit artikel? Als ik het heel kort samenvat is dat: de uitgaven aan de klassieke ICT (de twee eerste categorieën) zullen dalen en de uitgaven voor de informatisering zullen minimaal gelijk blijven of zelfs stijgen. Tegelijk zullen de overige uitgaven hiervan sterk kunnen dalen, mits hierop goed geïnvesteerd en gestuurd.
Is deze ontwikkeling nieuw? Nee, toen ik in de jaren 80 van de vorige eeuw, ook een periode van zware bezuinigingen, hoofd was van de afdeling Informatiebeleid van de VNG, zag ik dezelfde trend. Dure hardware werd vervangen door kleinere, maar even krachtige computers met standaardpakketten. Leveranciers gingen de gemeentelijke markt bedienen en gebruikers gingen nadenken over de automatisering van hun processen. De bezuinigingen hadden geen invloed op deze ontwikkelingen.
In 2008 heb ik uit mijn toenmalige positie als directeur Informatiseringsbeleid rijksoverheid, en eerste CIO Rijk, die ontwikkelingen in iets andere vorm ook bij de departementen gezien.
Misschien mag je dus wel spreken van een megatrend: de uitgaven voor ICT zullen dalen, die voor informatisering groeien.
Ga naar het publicatieoverzicht

