Vorige pagina | Print

NUP verdient herstart

04/05/2010, drs. A.M. Jansen

Delen |

Het slechte rapportcijfer dat het Nationaal Uitvoeringsprogramma Dienstverlening en E-overheid (NUP) in een Gateway-review kreeg, biedt kansen om de zaken anders en beter aan te pakken.

Een aantal zaken kan beter worden georganiseerd, zoals de aansturing van het NUP-programma door het delegeren van de implementatie naar sectoren en regio’s. Ook de wijze waarop de deelprogramma’s en projecten zijn georganiseerd, is effectiever en efficiënter in te richten.  Vier voorstellen: 

1. Pak de knelpunten aan die belemmerend zijn voor de invoering van belangrijke schakels
Met name in het stelsel van basisregistraties bestaat nog een aantal knelpunten dat weggenomen moeten worden om er een samenhangend stelsel van te maken. Het gaat om technische, semantische en andere aan interoperabiliteit verbonden problemen. Het is aan te bevelen om de aansturing van de basisregistraties onder te brengen in één Stelselautoriteit die verantwoordelijk is voor de ontwikkeling en invoering van het stelsel. Deze kan opdrachten geven aan basisregistraties om samen te werken aan het oplossen van knelpunten.

2. Verbeter de aansturing van het NUP
Meer en breder deskundigheid aan de kant van de opdrachtgever is nodig om een adequaat programma van eisen voorafgaand aan de ontwikkeling te kunnen formuleren. Daarnaast is het nodig om een toets op de implementeerbaarheid en uitvoerbaarheid van de gewenste voorziening uit te voeren. Zo’n toets kan aan het licht brengen dat een beoogde voorziening alleen met zware implementatie-inspanningen kan worden ingevoerd. Dit kan betekenen dat er opnieuw moet worden nagedacht over de gekozen oplossingsrichting. Veel van de huidige NUP-voorzieningen moeten bij veel overheidsorganisaties worden ingevoerd. De vraag is of dit noodzakelijk is. Kies varianten die werk uit handen van overheidsorganisaties nemen.

3. Reorganiseer de ontwikkel- en implementatie¬organisatie
Hoewel de NUP-programma’s beter op elkaar kunnen worden afgestemd, zit hier niet het knelpunt. Het is echter niet efficiënt en effectief dat bijna elk programma een eigen ‘verkooporganisatie heeft die vertegenwoordigers het land in stuurt’ om de eigen producten te verkopen. Richt regionale implementatieorganisaties in. In deze organisaties functioneren een aantal implementatieadviseurs die de verbinders zijn met de ontwikkelorganisaties. De basisregistraties dragen ook hun implementatieafdelingen over aan de nieuwe organisatie.

4. Verminder de investerings- en capaciteits¬inspanning bij de 1600 overheidsorganisaties
Deze vermindering wordt in de eerste plaats gerealiseerd door de voorgaande aanbevelingen uit te voeren. Daarnaast is het nodig om een pool van ICT-ers te formeren die technische werkzaamheden kunnen uitvoeren voor de 1600 overheidsorganisaties. Verder kunnen regionale proeftuinen worden ingericht om te leren hoe de invoering op onderdelen het best kan worden uitgevoerd.
Na evaluaties en verbeteringen kan het ‘zaaiwerk’ vanuit deze proeftuinen plaatsvinden. De implementatie wordt daarmee sectoraal en of regionaal georganiseerd via strategische samenwerking met intermediaire organisaties. Daarbij zijn medewerkers van de 1600 overheidsorganisaties betrokken die hun kennis en ervaringen kunnen inzetten bij andere organisaties volgens het principe van train the trainer. Moderatoren maken handleidingen en best practices.
Het implementatieproces wordt ondersteund met web 2.0 technieken, met name in de vorm van een (NUP)portaal.  Zo kan worden gebouwd aan een community voor het realiseren van een toenemend zelforganiserend vermogen binnen de overheid. Zie hiervoor het voorstel van het www.pleintweenul.nl.

Toon Jansen is consultant van Het Expertise Centrum

Ga naar het publicatieoverzicht


Volg @PBLQ op Twitter!